
STARNMEERSLIEDJE
Ons landje, dat zeggen zovelen,
Dat is maar zo klein en zo dras.
Maar dan wordt toch wel eens vergeten,
Het Noordhollands vee en gewas.
Dit grasland en vee, onze glorie,
Die Holland een naam geeft van stand!
Een deel daarvan is onze polder,
Ons kleine Starnmeersland.
Als 's voorjaars de weiden gaan bloeien
En pronken met kleurige tooi -
Een fraai schilderij van de dijk af -
Ja, polder, wat ben je dan mooi!
Als 's zomers de hooiwagens rijden
En 't druk is aan iedere kant,
Dan ruik je het hooi en de bloemen,
In ons kleine Starnmeersland.
De herfst komt met stormen en regen,
De rietpluimen gaan heen en weer.
En 's winters als 't vriest gaan we zwieren
Op de sloten, de ringvaart, het meer!
Als 's avonds de koeien gevoerd zijn,
De haard in de kamer goed brandt,
Dan denken we stil, voor ons zelven:
't Is goed in ons Starnmeersland.
Starnmeer, 1938.
G. Schermerhorn-Heida.