
Door Cor Booy
Eén van de verhalen die ik me van mijn buurman Pieter Rol herinner, was dat de gesprekken die in de dinsdagse boot naar Purmerend werden gevoerd, 's morgens, op de heenreis, altijd héél anders waren dan 's middags op de terugweg.
's Ochtends hadden de boeren altijd hun beste koe aan boord. Dan werden er dikke prijzen genoemd. Als ze 's middags over de marktprijzen praatten, waren ze altijd blij dat ze het beest kwijt waren, want met de veel lagere prijs dan 's morgens was 'ie best betaald.
Een ander verhaal van m'n buurman luidde:"Oom Klaas zat ook altijd in de boot en vroeg dan of ik nog handel had. Als ik ja zei en vertelde wàt voor handel was zijn volgende vraag:"En wat vraag je ervoor?" Als ik dan een prijs noemde, reageerde hij altijd met een bod: "Half af!" Dat was elke keer weer zo en ik dacht: wacht maar, ik zal je te pakken nemen. Op een keer had ik een korf kippen. Oom Klaas vroeg meteen: "Wat vraag je ervoor?" Ik noemde de dubbele prijs die ik op de markt zou vragen en prompt zei oom Klaas: "Half af!" Ik zei "Verkocht!" Toen moest 'ie ze zelf verkopen op de markt."
Zulke verhalen zullen er voorheen legio zijn geweest. Want de marktboten waren lange tijd dè middelen van openbaar vervoer naar de Purmerender markt. Omstreeks 1880 kwamen daarvoor de concessies los, bij Gedeputeerden Staten. De firma Van Leeuwen en Swerver te Alkmaar begon 15 oktober 1880 een wekelijkse dinsdagse dienst Alkmaar-Purmerend vice versa, met de "Alkmaar Packet", 200 zitplaatsen.
De fa. Gebr. Zur Mühlen te Amsterdam, die al diverse stoomboten in de vaart had, o.a. van Amsterdam naar Nieuwediep, begon in 1880 ook met een wekelijkse dinsdagse dienst, vertrek 4:30 uur van Alkmaar, aankomst 6:00 in Purmerend, met plaats voor 250 passagiers.
Leo M. de Fouw voer van Alkmaar naar Purmerend met "De Stad Haarlem", ook een schroefstoomboot.
D. Koning van Grootschermer voer dinsdags met zijn jaagschuit naar de marktstad: 's morgens half 4 van Grootschermer, aankomst circa half 8 in Purmerend; terug 1 uur uit Purmerend en omstreeks 5 uur weer in Grootschermer.
H. Reyne uit Krommenie voer met de stoomboot "Krommenie", 100 zitplaatsen, van 26 april 1880 op dinsdagen van Krommenie naar Purmerend, via de Marker- en Woudervaart en de aanlegplaatsen aldaar.
De "Wilhelmina-Catharina" van de fa. C. Govers en Co. te Alkmaar voer op dinsdag, vrijdag en zaterdag Alkmaar-Purmerend vv.
Uit eigen herinnering ken ik "De Krommenieër" van Klinkhamer, de "Bakkeboot" van de gebroeders Bak uit Uitgeest (een motorboot), de "Texelstroom" (die voer al op maandagavond naar Purmerend), de "Burgemeester van Alkmaar" alias "Ruiten Aas" (hij had een witte manchet om de schoorsteen waarop een rode ruit van het kaartspel).
In de dertiger jaren reden op dinsdagmorgen tal van bakwagens, dresseerkarren en ander boerengerij langs de Middelweg stadwaarts. Tegen twaalven keerden ze terug en dat druppelde zo door tot circa half drie. Maarten Koel van Markenbinnen was altijd de laatste.
In de tweede helft van die dertiger jaren - het zal 1935 of '36 zijn geweest - verscheen opeens een bus van Van der Hoff en Ton, van West-Graftdijk om de boeren van Stierop, de Woude en de Middelweg Purmerendwaarts te vervoeren. Toen waren de meeste boten al uit de vaart.
Een bus was zeldzaam, aan de Middelweg. Alleen voor het kerstfeest in de Kogerpolderschool haalde er een ons, kinderen van de zondagsschool, en meevierende ouders en buren op. Om de twee weken haalde een busje van Verduin van Akersloot kerkgangers voor de hervormde kerk in Akersloot op van de opstapplaats bij "De Ceres" en bij de Woude. Koelemij, Rein Jongens, mijn moeder, beide buurvrouwen Poppen maakten er veelal gebruik van en ikzelf ben ook menige keer mee geweest. Al snapte ik niks van de preek, het ritje was leuk en uitstappen vóór de Akersloter pont verplicht. Jacob Roemer was de vaste chauffeur op die zondagochtend, als protestante werknemer bij de katholieke busondernemer.
Starnmeerders met een eigen auto waren er toen nog nauwelijks: Buurman Wijbrand Schermerhorn had een "luxe" A-Ford en later zijn zoon Wim een kleine Opel. Verder had alleen Freek Groot ook een personenauto.
Met motorfietsen ("stoomfietsen", zei m'n vader...) was de Starnmeer iets ruimer bedeeld. Henk Schoehuijs had er een, Piet Poppen, Pau(.) Root, Kees Jongens, Wim Schermerhorn, Muus Slooten. En natuurlijk Cor Schoon, de smid-loodgieter-electriciën-fietsen-en-radio-verkoper, die bovendien nog zorgde dat we droge voeten hielden in de polder. Hij staat onuitwisbaar op m'n netvlies, met zijn rode Indian-met-zijspan, waarin hij zijn spullen naar de klanten toereed in de polder.
Een enkele keer gebeurde het dat hij bij een klant merkte dat zijn tank leeg was. Geen nood: "vrouw Jongens", (of vrouw Rol, of welke vrouw dan ook) "heb je een kannetje peterolie voor me?" Daar dééd die goeie ouwe rooie Indian het ook op!
Soms lijkt me net of ik de typische motorplof - "Kadoem, kadoem" - nog hoor.
Wat zal die man een kilometers in en om de polder afgetuft hebben!
Een opmerking of iets leuks te melden over deze pagina? Of misschien een toepasselijke afbeelding om erbij te zetten? Stuur me een berichtje!