kop








Er hebben zich bij benoemingen van dijkgraven in de loop der tijd enkele wijzigingen voorgedaan in de te volgen procedure. Wel is het steeds zo geweest dat het college van hoofdingelanden de voordracht opmaakt, waarna op grond daarvan de benoeming volgde. Deze werd door de Staten van Holland en West-Friesland gedaan.
Toen echter in 1748, na een stadhouderloos tijdperk, wederom een stadhoudeer werd aangesteld, kreeg deze het recht van recommandatie bij stedelijke benoemingen. Ook de bestuurders van Starnmeer en Kamerhop hadden dat in acht te nemen, toen in 1779 een dijkgraaf moest worden benoemd. De hoofdingelanden, die bij die gelegenheid in Hoorn vergadeerden, stelden zoals gewoonlijk hun voordracht van 3 personen op, met daarop Simon Appel uit Purmerend, Cornelis Jansz uit De Rijp en Jan Braak uit de Starnmeer. Aan de Prins der Nederlanden werd toen gevraagd, wie hij wilde recommanderen. deze antwoorde dat het hem aangenaam zou zijn Simon Appel als eerste op de lijst te zien. Deze is toen door de Staten van Holland benoemd.

Meer dan een formaliteit
Het was toch wel iets meer dan een formaliteit. Dat blijkt uit eenzelfde benoeming in 1691. De staten benoemden toen Auwel Pietersz Prins uit De Rijp tot Dijkgraaf. Dit terwijl het college van hoofdingelanden hem als nummer 3 op de lijst hadden gezet en hun nummer 1 warm hadden aanbevolen. Dit afwijken van de aanbeveling hadden de Staten in 1799 niet durven doen, omdat zijn dan de recommandatie van de stadhouder in de wind hadden geslagen.
Een andere merkwaardige bij de benoemingen deed zich voor in het jaar 1717. In dat jaar deed Jacob Loten afstand van zijn zetel als hoofdingeland, ten gunste van zijn schoonzoon Dirk Alewijn. Hij deed tevens afstand van zijn functie als dijkgraaf. Voor de benoeming van een nieuwe dijkgraaf plaatsten de hoofdingelanden Dirk Alewijn als nummer 1 op de voordracht. Zij deden dat met de verklaring erbij dat hij niet op de voordracht werd geplaatst omdat hij hoofdingeland was, maar om andere redenen. Ze voegden daar nog aan toe dat de twee ambten niet zouden worden samengevoegd, tenzij er bijzondere redenen voor zouden zijn.
Het is echter de vraag of de heren van de rekenkamer hebben geweten dat Dirk Alewijn hoofdingeland was.

Gescheiden ambten
De twee ambten behoorden gescheiden te blijven, omdat een dijkgraaf, evenals een schout, een ambtenaar was die het gezag van de overheid vertegenwoordigde. Een hoofdingeland was en is een representant van de ingelanden. Indien er een tegenstellign van belangen aan de dag zou treden, aan welke zijde zou de dijkgraaf dan staan?
Intussen was ook jacob Loten eertijds benoemd tot dijkgraaf, terwijl hij hoofdingeland was. Cornelis Beck, die in 1743 tot dijkgraaf werd benoemd, was voordien ook hoofdingeland en hij legde deze waardigheid niet neer toen hij dijkgraaf werd. Het lijkt sterk op en politiek spel: de hoofdingelanden verstekten hun positie door een hunner te promoveren tot dijkgraaf.

Amsterdamse dijkgraaf
Jacob Loten was de eerste hoofdingeland die tot dijkgraaf werd benoemd. Hij was een der Amsterdamse eigenaren van land in de Starnmeer. Hij was dijkgraaf van 1697 tot 1717.
Zijn bezittingen gingen daarna over op zijn schoonzoon Dirk Alewijn, een Amsterdamse regent die dijkgraaf van de Starnmeer was in de jaren 1717 tot 1742. Hij was tegelijkertijd dijkgraaf van de Beemster.
Zijn vrouw, Bregje Loten, heeft in 1744 bij notariele beschikking de kavels 5 en 6 in de Starnmeer aanbedeeld aan haar zoon Dirk Alewijn, op rekening van zijn vader's erf. Deze aanbedeling gebeurde niet voor een overgang van eigendom, maar alleen om Dirk Alewijn junior verkiesbaar te maken tot hoofdingeland van Starnmeer en Kamerhop. Hij werd dan ook als zodanig gekozen. Bregje Loten is echter steeds gebelven in het volle bezit en genot van het land, met de behuizing daarop.

Patriottisch verzet
Het recommandatierecht heeft eenmaal verzet uitgelokt van de kant van de hoofdingelanden. Dat gebeurde nadat Simon Appel was overleden in 1792 en een nieuwe voordracht moest worden opgemaakt ter benoeming van een opvolger. De burgemeester van Enkhuizen, hoofdingeland namens de stad, verklaarde daarbij van oordeel te zijn dat de recommandatie van een stadhouder onnodig was. Het was waarschijnlijk een uiting van patriotische gezindheid.
De vergadering waarin dit plaats vond, wer wederom in Hoorn gehouden. De hoofdingelanden nomineerden Claas Glazekas, koopman in De Rijp. De prins recommandeerde Claas Glazekas en deze werd benoemd tot dijkgraaf.

Dijkgraaf Simon Appel
Dijkgraaf Simon Appel, de man die vermeld wordt op de gevelsteen van het Heerenhuis te Spijkerboor, woonde te Purmerend en is aldaar overleden op 2 maart 1792. Hij was getrouwd met Womke Molenaar. Dit echtpaar was kinderloos.
Simon Appel was een vermogend man, zoasl blijkt uit zijn boedelbeschijving. Hij bezat fl 50.000,- aan obligaties, een woning aan de bierkade en een aan de Hoornse Buurt in Purmerend, een huis aan de Purmerenderweg, deelneming in drie schepen; circa 50 morgen land in Beemster, Purmer, Wormer en Jisp; 2 paarden en 3 rijtuigen, een collectie goud- en zilverwerk, porcelein, snuifdozen en vele "rariteiten".
Zijn vrouw bezat land in de Beemster en in de Starnmeer.

Vele functies
Simon Appel bekleedde sinds 1762 vele functies. Hij was voorman van de patriotten en tegenstrever van de Oranjegezinden. In dat licht bezien is het grappig dat de stagdhouder, toen hij zijn recht van recommandatie toepaste, liet weten dat " het hem aangenaam zou zijn als Simon Appel nummer 1 op de voordracht" voor dijkgraaf van Starnmeer en Kamerhop zou worden.
Bij veel besluiten in het Purmerender gemeentebestuur was Simon Appel initiatiefnemer. In 1784 kreeg hij de leiding over de pas opgerichte Burgerwacht van de patriotten in Purmerend. Het streven van de Patriotten onder leiding van Simon Appel was naar een volledig gedemocratiseerde krijgsraad. Op zijn voorstel diende bij de aanstelling van leden voor de krijgsraad meer gelet te worden op maatschappelijke verdiensten en bekwaamheden dan op afkomst of geldelijk vermogen. Uitsluiting van katholieken diende te worden opgeheven.
de functies die Simon Appel heeft bekleed, waren:
1762 - 1788 lid van de vroedschap Purmerend,
1762 - 1764 schepene,
1765 president schepene,
1765 - 1776 commisaris van de Gemeenelandsmiddelen,
1766 - 1768 heenraad van de Purmer,
1767 - 1772 en 1784 burgemeester (burgemeesters werden voor 1 jaar gekozen),
1770, 1774, 1778 en 1785 president-burgemeester,
1773 - 1785 kapitein van het Oranjevaandel (vrijheidkorps),
1777 - 1786 ontvanger van de Gemeenelandsmiddelen en de 200e penning,
1778 penningmeester van de Wijde Wormer,
1781 - 1788 hoogheemraadschap van Waterland,
1787 dijkgraaf van Starnmeer en Kamerhop,
1786 - 1788 gecommiteerde ter Admiraliteit van Friesland,
1790 baljuw en dijkgraaf van de Wijde Wormer.

Er hebben van 1643 tot 1976 23 dijkgraven "geregeerd" in het waterschap Starnmeer en Kamerhop. In diezelfde tijdsspanne zijn er 16 secretarissen-penningmeester in dienst van de polder geweest.
Adriaan de Goede was met 41 jaren dijkgraafschap de recordhouder. De collega met het kleinste aantal dienstjaren was Hendrik Schoehuys, van 1896 tot 1901.
Van de secretarissen was Cornelis Beck met 51 dienstjaren de absolute topper. Zijn opvolger Meijnard Beck vervulde het ambt slechts 2 jaar en ook dat was een record.

De dijkgraven waren:

De secretarissen:

Mr. Steven Pietersz Jacobs
Fransz Jacobs
Bruijn Vegters Opdam
Willem Cornelisz Bek
Cornelis Willemsz Bek
Jacob Pietersz Groot
Jacob Loten
Mr. Dirk Alewijn
Cornelis Beck
Simon Appel
Claas Glazekas
Adriaan de Goede
Klaas de Wit
Klaas Brantjes
Jan Vennik
Jan Koster
Hendrik Schoehuys
Jacob Pietersz Groot
Pieter Groot Jbz
Wijbrand Schermerhorn
Klaas van der Meer
Cornelis Jan Koster
Cornelis Pieter Jongens

1632 - 1637
1637 - 1650
1650 - 1664
1664 - 1671
1671 - 1685
1685 - 1697
1697 - 1717
1717 - 1743
1743 - 1779
1779 - 1792
1792 - 1801
1801 - 1842
1842 - 1850
1850 - 1870
1870 - 1881
1881 - 1896
1896 - 1901
1901 - 1916
1916 - 1934
1934 - 1941
1941 - 1954
1954 - 1967
1967 - 1976

Jacob Baert
Aris Dirckkzen
J.M. Salm
Meijnert Bek
Cornelis Beck
Meijnard Beck
Jan Heynes
Lourens Veer
Dirk Bek
Cornelis J. Bek
Jan Willem Bek
Jacob Pz Groot
Hendrik Kikke
Jan Pieter Rol
Cornelis Leegwater
Anton Visser

1641 - 1647
1647 - 1658
1658 - 1700
1700 - 1728
1728 - 1779
1779 - 1781
1781 - 1806
1806 - 1823
1823 - 1849
1849 - 1870
1870 - 1885
1885 - 1901
1902 - 1915
1915 - 1943
1943 - 1971
1971 - 1976



Meer is te lezen in het volgende hoofdstuk: de inwoners.




Een opmerking of iets leuks te melden over deze pagina? Of misschien een toepasselijke afbeelding om erbij te zetten? Stuur me een berichtje!

Naam:

E-mail adres:

Onderwerp:

Bericht:

 
 
Your Name:
Your Email:
Your Comments:



Omhoog